dinsdag 29 juli 2014

29 juli: Over sokken en 300 mijl mais

Dinsdag 29 juli 

Om half 8 staan we op en doen de dingen volgens de vaste routine van de roadtrip: douchen, ontbijten, spullen inpakken, ijsblokjes tappen voor in de koelbox, sleutels inleveren en gaan. We zijn er na zoveel jaren VS bedreven in.

We rijden via de gewone weg naar Mankato en Walnut Grove. Minnesota is vlak en het land is door de wegen verdeeld in strakke rechthoeken. De dorpjes zijn klein en typisch Amerikaans: een brede Mainstreet met aan beide kanten redelijk onbestemde winkels; geen idee hoe je een winkel die zowel bloemen als wat losse kledingstukken en vishengels verkoopt, zou moeten typeren. De straten die op Main Street  uitkomen zijn voor de inwoners. Ze zijn ook breed met aan weerskanten vrijstaande huizen zonder hekken of schuttingen die de scheidslijn met de buren aangeeft. Amerikanen hier lijken minder patriottistisch dan in bv. Californië, waar erg veel huizen wel een stars and stripes vlag aan de gevel hebben hangen.
Walnut Grove is bekend van de boeken van Laura Ingalls, ‘Het kleine huis op de prairie’, over de tijd van de pioniers en landmeters. Er is een museum waar we gaan kijken, maar dat blijkt nogal vergane glorie. Het is vooral gericht op de tv-serie die er van de boeken gemaakt is en het hangt er, naast de gebruiksvoorwerpen uit die tijd, vol met krantenartikelen over de acteurs die toen meespeelden. Als we in een van de vitrines ‘the socks Nellie Oleson was wearing while she visited our museum in 2010’ zien, haken we af. Wel hilarisch, maar te genant voor woorden.


Van Walnut Grove rijden we naar Interstate 90 die naar het westen gaat. Het enige wat we vandaag op de akkers zien, zijn maiskolven en sojabonen. Driehonderd mijl lang. Allemaal bedoeld voor de productie van ethanol; de nieuwe olievelden.


Als we de staatsgrens met South Dakota overrijden, gaan we naar het Visitor Center. Die zijn in de VS geweldig. Het is het visitekaartje van de staat, een soort super VVV, meestal bemand door oudere vrijwilligers die naast zeer behulpzaam ook altijd nieuwsgierig zijn  waar je vandaan komt en ook allemaal wel familie of vrienden in Nederland hebben.

We rijden door naar Mitchell. Voor vannacht hadden we geen hotel geboekt, maar er zijn er genoeg. Met de informatie van het Visitor Center kiezen we voor een Americ Inn. Prima kamer, lekker zwembadje. We droppen onze spullen en gaan naar het centrum van Mitchell, waar we het Corn Palace bekijken. Dit is een permanente tentoonstelling over alles wat je met mais kunt doen. Een soort bloemencorso, maar dan stilstaand. Het bestaat al sinds 1892 en elk jaar worden de afbeeldingen aan de buiten- en binnenkant van het gebouw vernieuwd. Verder is er binnen veel maismeuk te koop: van pennen in de vorm van een maiskolf tot maisjam. Kom er maar eens om in Nederland!


We eten bij een deli (‘all you can eat salads’) en gaan dan nog even zwemmen in het privézwembad. Morgen naar Wall Drugstore en Badlands.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen