woensdag 30 juli 2014

30 juli: Over de vrouw van Pete en wildwest taferelen

Woensdag 30 juli

Na het ontbijt (‘waffles!’) rijden we van Mitchell naar Chamberlain aan de rivier de Missouri. Via een uitzichtspunt op een heuvel heb je een mooi uitzicht over de rivier die zich door het landschap slingert. In een informatiecentrum bekijken we een kleine tentoonstelling over Louis en Clark, twee militairen die in opdracht van president Jefferson het gebied hier in kaart hebben gebracht en de eerste contacten legden met de indianen. Betaalmiddel: glimmende knopen en lappen stof. 


We verlaten de Interstate om langs de Missouri door Crow Creek Indian Reservation naar Pierre te rijden. We gaan van Central Time zone naar Mountain Time zone en winnen een uur. Het landschap  is heuvelachtig geworden en de eindeloze maisvelden hebben plaatsgemaakt voor graanvelden en prairies.  Zo ver als je kunt kijken zien we goudgele velden en prairies met zwarte koeien. De stipjes op de gele vlaktes zijn geen schapen, maar ronde strobalen - alsof ze achteloos van bovenaf nop het veld zijn zijn gemikt.



Voor de koffie gaan we naar een benzinestation zoals wij die het liefst zien: gelegen op een kruispunt van B-wegen, in the middle of nowhere, oud, vervallen en met al 40 jaar hetzelfde interieur van skaileren banken met scheuren en wiebelende formica tafeltjes met gaten in het tafelblad. Naam: Pete’s Petrol Place of Gene’s General Store. De vrouw van Pete of Gene staat achter de kassa en is bij voorkeur erg lelijk: vet lang haar dat plat op het hoofd ligt of is samengebonden in een dunne staart, fletse ogen, één of liever nog twee tanden missend en gehuld in een te wijd en ooit wit geweest t-shirt dat opgepropt zit in een Wrangler spijkerbroek model jaren 70.  Maar de koffie is er altijd goed.


Na het ommetje door de binnenlanden van South Dakota vervolgen we onze weg via de I90.  Al vanaf Mitchell schreeuwen de borden van Wall Drugstore ons tegemoet. Koffie 5 cents, icewater for free. Alle reden om te gaan kijken J
Wall Drugstore is lastig te definiëren. Een verzameling curiosa uit de wildwest tijd? Een ontmoetingsplek voor Harley Davidsonrijders? Een verzameling winkeltjes voor toeristen? Een mini openluchtmuseum? Een fototentoonstelling van cowboys en indianenhoofdmannen? In scene gezette wildwest taferelen? Nou, dat allemaal dus.


We zijn hier in 2007 ook geweest, dus nieuw is het voor ons niet. Verbazingwekkend is het nog steeds, die hele grote verzameling aan western-attributen. We constateren dat de linedanceverenigingen in Nederland zouden kwijlen bij de prachtige cowboylaarzen met slangenleer, de geruite cowgirlbloezen en de leren riemen met ingevlochten paardenhaar.  Wij niet, maar wel gaaf om dit te zien!




Na Wall rijden we naar Badlands - het gebied dat zijn naam te danken heeft aan het feit dat er niets wil groeien behalve gras. We kopen een annual pass voor de nationale parken die we willen bezoeken (als we terug zijn te koop – nog 11 maanden geldig!) en rijden het park in. Badlands is prachtig. Rotsformaties die eruit zien als puntige zandkastelen, afgewisseld met afgesleten ronde heuvels en steentafels in verschillende aardekleuren.  



Via een paar viewpoints rijden we naar Cedar Pass Lodge, waar we inchecken in een geweldige cabin met uitzicht op een bergkam. Aan beide kanten een terrasje dus we kunnen tot ’s avonds laat buiten zitten. Helaas is de fles wijn die we gekocht hebben niet zo geweldig … Volgende keer maar een kurkentrekker meenemen, nu hadden we slechts keus uit één fles! Maar ook op slechte wijn blijk je prima te kunnen slapen. 





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen